GidsJandeJong_omslag
webwyzer
Klik en bestel!

Bestel dit boek nu.

Klik op bovenstaande boodschappentas of ga naar de pagina ‘bestellen’.

Ga naar de top van deze pagina
Atxtboeken
GidsJandeJong_achterzyde

Gebouwen van Jan de Jong

pionier van het plastische getal

Hilde de Haan & Ids Haagsma

Gids, atlas en lexicon

Ingenaaid, 168 pagina’s, in kleur
240 bouwwerken, ruim 600 illustraties
ISBN 978 90 5105 046 2

19,90 euro

verschenen: De architectuurpublicisten Hilde de Haan en Ids Haagsma maakten een compacte, uiterst informatieve gebouwengids over een tot nu onbekend, bij leven publiciteitsschuw architectonisch genie: Jan de Jong (1917-2001) uit Schaijk. Deze blijkt, als een tovenaarsleerling van monnik-architect dom Hans van der Laan, diens leermeester in vele opzichten te hebben overtroffen. Van der Laan (1904-1991) is inmiddels wereldwijd bekend, om zijn architectuurtheorie rond het‘plastische getal’, om zijn boeken, om zijn verstilde kloosters zoals zijn eigen Benedictusberg (1960/68) in Vaals.

Jan de Jong stond echter al ‘naast’ dom Van der Laan nog voor deze zijn eerste klooster bouwde. Eind jaren vijftig al ontstond tussen beide mannen een bijzondere chemie, waarbij de getalenteerd ambachtsman-architect De Jong de inzichten van Van der Laan in baanbrekend moderne gebouwen gestalte wisten te geven. Dat was nog maar het begin van een omvangrijk, eigenzinnig oeuvre waarin de mogelijkheden, en de grenzen van de theorie van het ‘plastische getal’ steeds verder werden uitgebuit. Tientallen  woningen, kerken en raadhuizen ontwierp de publiciteitsschuwe De Jong, waarvan slechts enkele zoals zijn klooster in Maarssen enige landelijke bekendheid kregen.

De gids ‘Gebouwen van Jan de Jong – pionier van het plastische getal’ – is een veelzijdig boek. Na een inleidend essay omvat het drie onderdelen: een gids met 24 gebouwportretten,  een atlas met alle gerealiseerde werken, en een lexicon dat inzicht geeft in de achtergronden.  Het boek werpt een nieuw licht op de ontwikkeling van de Bossche School, vult een lacune in de naoorlogse architectuurgeschiedenis, en geeft vooral ook inzicht in een uniek talent. Speciale aandacht krijgt het opus magnum van De Jong: zijn eigen woonhuis met kantoor in Schaijk, dat als harmonisch samenspel van architectuur en stedenbouw, van binnen- en buitenruimten, van materiaalgebruik en inrichting, een gelijke radicaliteit kent als de crypte en kloosterkerk in Vaals. Het Jan de Jong-huis (1962/67) is een architectonische ontdekking van jewelste, die pas sinds kort – sporadisch – wordt open gesteld voor het publiek.
Van De Haan en Haagsma verscheen in 2010 het nu al klassieke standaardwerk: ‘Gebouwen van het plastische getal – een lexicon van de Bossche School’.